De legende van Srebrenica

 

Zelf in de International Herald Tribune werd er ruim aandacht aan besteed. Vorige week dienden nabestaanden van de slachtoffers van Srebrenica een aanklacht in tegen Nederland en de Verenigde Naties (VN).

Hun advocaten kwamen uitvoerig aan het woord in een door de NCRV uitgezonden documentaire. De kwaliteit van de documentaire was af te zien aan het feit dat niemand van de Nederlandse politici en militairen die erin werden beschuldigd, een weerwoord kreeg.

Opmerkelijk is dat niet alleen in deze documentaire de aantijgingen van de advocaten klakkeloos werden overgenomen. In NRC Handelsblad stond die dag (4 juni) bijvoorbeeld: 'De enclave Srebrenica was door de Verenigde Staten uitgeroepen tot een zogenoemde safe area en de burgers die zich daar bevonden, zouden worden beschermd tegen de aanvallen van Bosnische Serviers.' Het eerste deel van de zin is juist. Het tweede niet. De VN-troepen die in Srebrenica werden gestationeerd, hadden nu juist niet de taak de bevolking te beschermen tegen eventuele aanvallen van Bosnische Serviers. In dat geval hadden Srebrenica en de vijf andere enclaves tot een safe haven moeten zijn verklaard. Dan waren er zo'n 40.000 voor oorlogshandelingen toegeruste VN-militairen nodig geweest om ze te beschermen.

Maar de Veiligheidsraad wilde die bescherming niet bieden, ook al omdat het volkomen ontbrak aan bereidheid bij de lidstaten om voor dit doel voldoende troepen ter beschikking te stellen.

Zeker, de toenmalige commandant van Unprofor in Bosnie-Herzegovina, de Franse generaal Philippe Morillon, plaatste bij zijn bezoek aan Srebrenica de enclave 'onder protectie van de Verenigde Naties'. Dat beeld werd in de documentaire als bewijs vertoond. Morillon ging daarmee echter ver zijn boekje te buiten. Zijn optreden dwong de Veiligheidsraad zich tegen heug en meug met de enclaves bezig te houden.

Niet Morillons uitspraak was maatgevend, maar de resoluties waartoe de Veiligheidsraad besloot. Welnu, de kern daarvan hield in dat er VN-troepen naar de enclaves zouden worden gestuurd, niet om deze militair te beschermen, maar om toe te zien op het bestand tussen de Bosnische Serviers buiten, en de Bosnische moslims in de enclave. Dit bestand was de voorwaarde om er VN-troepen heen te sturen.

De beschuldigingen van de advocaten dat de Nederlanders te licht bewapend waren en niet uitgerust en opgeleid om de enclave militair te verdedigen, slaan dan ook nergens op. Ook als de pantservoertuigen van Dutchbat III met de standaard 20 mm-kanonnen in pantserkoepels waren uitgerust - in plaats van met .50 mitrailleurs in open opstelling - was er geen sprake van geweest dat de enclave ter grootte van Utrecht tegen de grootschalige aanval van het Bosnisch-Servische leger door een eenheid van enkele honderden soldaten succesvol had kunnen worden verdedigd. Maar het VN-mandaat sloot militaire verdediging uit: de Unprofor-troepen in Srebrenica mochten alleen in geval van zelfverdediging van hun wapens gebruik maken, en alleen als het ging om zelfverdediging luchtsteun van de NAVO inroepen.

Treurig genoeg werd ook gesuggereerd dat de Nederlandse VN-militairen de moord op duizenden mannelijke bewoners hadden laten passeren, er althans niets over hadden gerapporteerd. Die moorden werden echter uitgevoerd ver van de Nederlandse basis in Potocari, waar Dutchbat III zich had teruggetrokken.

Dat alles is in de afgelopen jaren uitvoerig uitgezocht en gedocumenteerd, vooral in het rapport van het NIOD. Maar kennelijk heeft dat niet geholpen. Ook in Postwar: a History of Europe since 1945, het met recht veel geprezen overzichtswerk van de Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt, wordt de legende van Srebrenica van begin tot eind opgedist: de enclave zou op basis van een VN-mandaat worden beschermd, de vierhonderd Nederlandse soldaten zouden lijdzaam hebben toegekeken hoe de Bosnische Serviers de mannen uit de enclave wegvoerden en vervolgens bijna allemaal, 7.400, vermoordden.

De hardnekkigheid van de legende komt in mijn ogen uiteindelijk voor rekening van de permanente leden van de Veiligheidsraad, die in de woordkeuze van hun resoluties en de namen die ze bedachten welbewust een mist van valse verwachtingen creeerden. Het begrip safe area was bijvoorbeeld even misleidend als 'Unprofor': UN Protection Force. De safe area was niet veilig en Unprofor mocht niet beschermen. Daarvan blijft Dutchbat III het slachtoffer.

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Elsevier
Datum verschijning
16-06-2007

« Terug naar het overzicht