Held van het vrije woord

Cliteur gebruikte grote woorden, alsof overdrijving en schrilheid van toon zijn gelijk moesten waarborgen.

Bart Tromp

Held van het vrije woord

Er is vorige week in Nederland iets verschrikkelijks gebeurd. De kranten staan er ook vol van, geen praatprogramma op radio of televisie dat er geen aandacht aan besteedt.

Paul Cliteur, die één keer in de twee weken een column mocht voordragen in Buitenhof, liet Het Parool vorige week weten dat hij ‘ omstreden onderwerpen’ als de superioriteit van westerse waarden ten opzichte van de islam voortaan uit de weg zou gaan. Want deswegen werd hij ‘ in de hoek van foutieve opvattingen geplaatst’. Vooral een artikel van Thijs Wöltgens had hem tot zijn besluit gebracht. Sindsdien schreeuwen allerlei mensen moord en brand. De vrijheid van meningsuiting is in het geding! Gelukkig zijn ook in vredestijd verzetsstrijders beschikbaar. Cliteurs Leidse collega Afshin Ellian liet weten diens voorbeeld niet te zullen volgen. “Ik heb één keer in mijn leven ondergedoken gezeten. Ik ben niet van plan dat nog eens te doen. ” Sylvain Epimenco, columnist van Trouw, verklaarde ‘ liever staand en schrijvend te sterven, dan knielend en likkend te leven’. In NRC Handelsblad schreef Arend-Jan Boekesteijn plechtig: ‘ Het feit dat Cliteur de pen neerlegt uit vrees dat een nieuwe Volkert van der G. opstaat, is een feit van de eerste orde.’ Volgens Boekesteijn moest de minister-president in de Tweede Kamer dan ook zijn mening geven over ‘ het feit dat een intellectueel uit vrees voor represailles zichzelf het zwijgen oplegt’. Dit is maar een kleine greep uit de overspannen reacties in de media. Daarnaast trad Cliteur zelf nog in allerlei interviews naar buiten, waarin hij zich beklaagt over de kritiek die zijn columns hebben opgeroepen, en overigens ook meldt in het geheel niet bedreigd te zijn. Dit laatste is Boekesteijn kennelijk ontgaan, maar deze hele kwestie hangt van opklopperij aan elkaar, waarbij lezen wat er staat, het laatste is waar de ridders van het vrije woord zich aan willen bezondigen.

Zo roepen ze allemaal, Cliteur voorop, maar ook VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen, dat de AIVD heeft bericht dat het geschrijf van mensen als Cliteur een factor is bij de radicalisering van moslims, iets wat in het rapport in kwestie van de AIVD echter in het geheel niet te lezen valt.

In wat achteraf zijn laatste column in Buitenhof was, betuigde Cliteur gnuivend zijn tevredenheid over het feit dat minister Rita Verdonk oud-minister Jan Pronk als gesprekspartner het zwijgen had opgelegd. Het is een standpunt dat men niet zou verwachten van iemand die zo zegt op te komen voor de rechtsstaat en het vrije woord. Maar wellicht was hij voor Pronk in het krijt getreden als deze in plaats van ‘ deportatie’ van ‘ afvoer’ had gesproken; de term die Cliteur gebruikte voor wat volgens hem met de burgemeesters Job Cohen en Jacques Wallage moest gebeuren.

Over een andere minister, Johan Remkes (VVD), beklaagt hij zich in één van die tientallen afscheidsinterviews dat deze niet ‘ pal voor het recht op religiekritiek is gaan staan’. Dat recht is volgens Cliteur kennelijk aangetast door Wöltgens, de vroegere fractieleider van de PvdA, want diens artikel in De Limburger voert hij aan als de voornaamste grond waarom hij het kalmer aan wil doen. Wie dat artikel leest, vindt daarin helemaal niet een aanval op het recht op religiekritiek (dat natuurlijk niet een speciaal recht is, maar gewoon voortvloeit uit de vrijheid van meningsuiting). Wöltgens nam in zijn artikel stelling tegen wat hij het verlichtingsfundamentalisme van Cliteur noemde, en voerde daarvoor goede argumenten aan. Want Wöltgens heeft gewoon gelijk als hij vaststelt dat de westerse waarden waar Cliteur zich op beroept, niet alleen op de Verlichting, maar ook op het christendom gebaseerd zijn.

Cliteur gebruikte in zijn columns grote woorden, en ik heb de indruk dat die het afgelopen jaar steeds groter werden, alsof overdrijving en schrilheid van toon zijn gelijk moesten waarborgen. Op den duur kregen zijn verhalen iets lachwekkends, door de voorspelbaarheid waarmee hij er steeds een schepje bovenop gooide. Hoogtepunt wat mij betreft was zijn aanval op de stijve calvinist Piet Hein Donner, die hij afschilderde als de verpersoonlijking van alles wat mis was aan ‘ de jaren zestig’. Door kritiek op zijn stukken nu als bedreiging voor te stellen, ondermijnt Cliteur echter het vrije woord.

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Het Parool
Datum verschijning
01-04-2004

« Terug naar het overzicht