De vrijheid beledigd te worden

De vrijheid beledigd te worden

Het denkbeeld dat je moet zeggen wat je denkt, is alleen maar een recept voor onnodige beledigingen.

bart tromp

Vorige week kwam ik na een paar dagen in het buitenland te hebben vertoefd terug. Verbaasd nam ik kennis van de hysterische sfeer die media en politici hier teweeg hadden gebracht na de moord op Theo van Gogh.Deze moord is erg genoeg, maar die rechtvaardigt niet, net zomin als de daarop volgende brandstichtingen in moskeeën en kerken, het voor te stellen alsof Nederland in ‘ een crisis’ verkeert. De onberaden reactie van vice-premier Gerrit Zalm, ‘ oorlog’, was daarvan één voorbeeld. Maar daar bleef het niet bij. Ik noem slechts de oproep van de fractievoorzitter van GroenLinks, Femke Halsema, om in deze noodtoestand de koningin in te zetten, waarna deze plotseling haar gezicht liet zien op de Overtoom. Het ontbrak er nog maar aan dat de commerciële zenders de dag met Bach en Mozart vulden.

Daarnaast ontspon zich een eigenaardig debat over de vrijheid van meningsuiting. Met als algemene slotsom dat deze niet absoluut is, maar beperkt wordt door de wet.

Dat is te mij te gemakkelijk. Het bevalt mij niet dat de rechter nu allerwegen wordt uitgeroepen tot arbiter elegantiarum, scheidsrechter om uit te maken wat in het publieke debat wel of niet kan worden gezegd. Ongetwijfeld is hij de laatste instantie waarop men zich formeel kan beroepen. Maar ver daarvóór zijn er gedeelde normen over wat behoorlijk, redelijk, beschaafd en fatsoenlijk is. In het publieke debat horen de deelnemers zich daaraan te houden, en desnoods op hun vingers getikt te worden door redacties of hoofdredacteuren.

Het was tenslotte geen toeval dat Theo van Gogh uiteindelijk met zijn columns nergens anders terecht kon – afgezien van treinblad Metro, maar daar hield hij zich toch maar in – dan op een eigen website, die tegelijkertijd als uitlaatklep dienst deed voor al diegenen die hun ressentiment en rancune niet beoordeeld wisten aan de hand van criteria als waarheidsgetrouwheid of elementair fatsoen.

Op internet staat veel meer dat in strijd is met bovengenoemde vereisten, en het schijnt niet goed mogelijk te zijn daar wettelijk paal en perk aan te stellen. Daar staat tegenover dat niemand kennis hoeft te nemen van het weerzinwekkende dat daarop te vinden is. Ik herinner me een tekening uit Vrij Nederland in de jaren zestig, met als ondertitel: ‘ Mien, kom kijken! Het is weer kwetsend.’ Het door Pim Fortuyn populair geworden denkbeeld dat je moet zeggen wat je denkt, is alleen maar een recept voor onnodige beledigingen. Een minimaal niveau van beschaving en fatsoen houdt in dat je juist niet altijd zegt wat je denkt. Menselijke relaties zouden anders onmogelijk zijn.

Minister Piet Hein Donner van Justitie, tot dan toe rots in de opgekomen branding tegen de rechtsstaat, hield het hoofd niet koel toen hij opperde dat het wetsartikel tegen smadelijke godslastering uit de kast moest worden gehaald. In die kast bevindt het zich na de mislukte rechtszaak eind jaren zestig van de vorige eeuw tegen Gerard Kornelis van het Reve, die had geschreven dat hij God, in de gedaante van een muisgrijze ezel, van achteren had genomen. Uitentreuren viel te lezen dat dit artikel niets toevoegt aan de bestaande wetgeving op het gebied van discriminatie, laster, smaad en belediging. Donner verdedigde zijn voorstel in de Tweede Kamer met het argument dat het wetsartikel moest worden gebruikt omdat religieuze groeperingen, in dit geval moslims, drukte maken over kritiek op hun religie. Een beroerder argument kan ik niet bedenken. Nog voordat de Kamer dat deed, werd Donner al van repliek gediend door de socioloog Ruud Koopmans, in de Volkskrant van dinsdag. Die releveerde dat katholieken en protestanten – maar ook atheïsten – in Nederland allang publiekelijk voortdurend op hun tenen worden getrapt. ‘ Moslims die menen dat het een teken van islamofobie is dat mensen als Theo van Gogh maar alles mogen zeggen (… ), moeten weten dat dit de prijs is die christenen in dit land allang betalen. Er is geen land in Europa waar moslims meer vrijheid hebben om hun godsdienst te beleven. (… ) Wie die vrijheid wil blijven genieten, moet accepteren dat waar veel kan, weinig heilig is.’

Dit zijn tot dusver de wijste woorden die ik in de huidige kakofonie heb vernomen.

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Het Parool
Datum verschijning
18-11-2004

« Terug naar het overzicht