Alles opgeven voor een hondenbaan ; DAGBOEK BART TROMP

Ook verschenen in: Geschriften van een intellectuele glazenwasser.

Of ik kandidaat wil staan voor het voorzitterschap van de Partij van de Arbeid? Ik memoreer Burke's stelling 'dat het voor de overwinning van het kwaad volstaat als goede mensen niets doen'. Dus teken ik de bereidverklaring die mij is toegestuurd. Als motivering schrijf ik kort en krachtig dat ik van de PvdA weer een democratische en relevante sociaal-democratische partij wil maken.

Daar komt niets van in als de partijtop weer iemand naar voren schuift om onder het mom 'vernieuwing' de ledenorganisatie verder af te breken tot een vermaakscentrum waar af en toe vrijblijvende 'festivals' en dergelijke plaatsvinden.

Op bezoek bij de commissie onder leiding van de Eindhovense burgemeester Rein Welschen, die het zittende partijbestuur moet adviseren over aan te bevelen kandidaten. Ik ben de laatste in de rij. Rein rondt het gesprek af met de conclusie dat ik weliswaar van alle kandidaten de meest heldere en onderbouwde visie op de partij heb, maar dat de commissie mij niet zal kandideren omdat het mij aan 'draagvlak' ontbreekt. Ik zie hierin geen reden in mij terug trekken, al helemaal niet als Rein later belt en meedeelt dat de commissie Kamerlid Sharon Dijksma aan gaat bevelen.

Twee dagen later belt de redactie van Buitenhof: mijn kandidatuur is via het Binnenhof al uitgelekt. Ik besluit om in de uitzending van 28 januari 2001 mijn kandidatuur publiek te maken. Het is een uitstekende gelegenheid om niet eens zozeer mijn kandidatuur alswel de redenen waarom ik die heb aanvaard voor een breed publiek uiteen te zetten.

De avond tevoor breng ik in Hilversum door, waar ik in het NPS-programma Opera Live de rechtstreekse uitzending van Aida uit de Metropolitan Opera van commentaar voorzie. In de taxi naar huis besef ik dat ik nu niet meer terug kan en dat het Verdi-jaar voorlopig voorbij is.

Ik zet die zondagmiddag hoog in: ik heb de kandidatuur aanvaard omdat ik vind dat de PvdA 'aan de rand van de afgrond staat'. Zij dreigt een kleurloze middenpartij te worden, waarin de beroepspolitici alleen nog gestuurd worden door spindoctors en opiniepeilingen, want interne partijdemocratie, zuurstofslang naar de stolp over het Binnenhof, wordt langzaam maar zeker afgeknepen.

Diezelfde middag door naar Londen, met de werkgroep van de Adviesraad Internationale Vraagstukken die ik voorzit. De meeste leden hebben gekeken en vonden het prachtig. Maar alleen van Relus ter Beek weet ik zeker dat hij partijlid is. Hij deelt mijn zorgen over de PvdA, zo blijkt.

Een week later maakt de commissie-Welschen haar bevindingen publiek. Ik heb geen exemplaar van het rapport ontvangen en deel de pers mee dat ik een besluit om in mijn kandidatuur te volharden pas wil nemen als ik het heb gelezen. In de media wordt dit vertaald als 'Tromp aarzelt', etc.

De volgende dag faxt een journalist mij het rapport toe. Na lezing deel ik mee door te gaan. De 'argumentatie' ten gunste van Dijksma bestaat uit reclametaal. De afwijzing van andere kandidaten is niet eens toegelicht.

Een half uur later begint de voorzittersstrijd al. In een KRO-programma is Dijksma te gast en ik mag telefonisch reageren. Als ik voorbeelden noem van de afschaffing van de partijdemocratie in de afgelopen jaren roept Dijksma dat zij daar wat aan zal doen. Ik raak geïrriteerd. Over kwesties als deze heb ik van haar nooit eerder iets vernomen. Nu ze kandidaat voorzitter gaat ze er het hoogste woord over voeren. Geloofwaardig.

Nog een keer Buitenhof, alsof het publiek geïntersseerd is in de interne perikelen van vereniging. Na de uitzending een interview met van HP/De Tijd. Ronald Hoeben komt foto's maken en ensceneert de benodigde werkelijkheid: hij stapelt wat stoelen op de tafel en zet mij daarvoor. De tekst van het interview lees ik de volgende dag door. Ik haal er wat taalfoutjes uit, verder ok. Zo komt het ook in het weekblad te staan, onder de kop 'Kok is bang voor gevaarlijke denkers zoals ik', een gefantaseerd citaat.

Dan begint de campagne, een zware belasting voor een vrijetijdspoliticus. De start is een debat in Groningen, met Hans van Mierlo, Femke Halsema en Joop Wijn, waarvoor ik als kandidaat voorzitter ben uitgenodigd. Aanleiding is het congres over 'democratie en vertrouwen' dat de volgende dag begint. Het onderwerp is breed genoeg om de discussie alle kanten te doen uitvliegen. Flinke meningsverschillen, vooral met Hans, die er gelukkig weer gezond uitziet. Klaas de Vries ontbreekt. Ik had gehoopt met hem terug naar Den Haag te rijden: morgenvroeg om 9 uur college in Leiden. Nu wordt het om 22 uur een overhaast vertrek naar het station. Tegen tweeën kom ik thuis. In de voortuin wacht Ivan mij op. Ik besef weer eens waarom mensen met poezen gelukkiger zijn en langer leven.

In de volgende weken zit steeds weer met mijn concurrenten in wisselende zaaltjes verspreid over het hele land. Ik vind het gênant, campagne voor jezelf voeren geeft je een gevoel van naaktheid. Kamerleden en ministers hoeven zoiets nooit te doen. Met Sharon Dijksma krijg ik geen enkel contact. Ik heb steeds meer het gevoel naast een sprekende pop te zitten. Ze wordt van begin tot eind bijgestaan door Dig Istha, en later ook door Edith Mastenbroek. De eerste heeft een reputatie als media-adviseur, omdat hij in 1994 PvdA-voorlichter was bij de verkiezingscampagne die de partij de grootste nederlaag in haar geschiedenis opleverde; de tweede is ophefster van 'Niet Nix'. Dijksma is goed geïnstrueerd. Als ze haar lesje opzegt slaat ze met haar knuistjes op tafel, gebruikt ze geen zin zonder de woorden 'wij' en 'samen' en eindigt steevast met een zogenaamd concreet punt ('in de Partij van de Arbeid moeten de jongeren aan de bak!'). In elke nieuwe toespraak heeft ze punten opgenomen die ze vorige keer van mij of Ruud heeft gehoord. Ik begrijp niet waarom de partijleiding haar voorzitter wil maken. Het feit dat ze, zoals ik later hoor, de elfde keus is, doet daar niets aan af. Inhoudelijk heeft ze niets te bieden en toont ze niet het minste besef van de problemen waarin de PvdA verkeert. Op den duur krijg ik echter medelijden. Ze is beroeps, ze kan niks anders, en ze doet zo verschrikkelijk haar best om politiek correct te zijn. Dit recept werkt ook nog, merk ik tot mijn verbazing, maar niet altijd. In Leiden loopt ze vast. Als na afloop van de bijeenkomst I. uit het café naar de vergaderzaal terug gaat om iets op te halen, treft hij Dig en Dijksma in een woedende discussie. 'Jij gaat naar boven en jij gaat godverdomme niet weg voordat je iedereen een hand hebt gegeven!' 'Nee, dat doe ik niet', etc.

In Tilburg wordt Dijksma uitvoerig begroet door Johan Stekelenburg. Mij negeert de zwaarlijvige burgervader. Als ik aan het woord ben begint hij achterin te sissen. Stekelenburg hoort ook bij de drie 'deskundigen' die NOVA aan het woord laat, nadat de redactie van de oorspronkelijk geregelde opname van een debat tussen Ruud en mij heeft afgezien. Wat hij en andere (oud)beroepspolitici (D'Ancona, Pronk) van belang zouden kunnen zeggen over de toestand in deze vrijwilligersorganisatie waar zij geen weet van hebben is mij een raadsel. Natuurlijk zijn zij voor Dijksma. Dat zijn vrijwel alle partijbonzen. Zelfs de 'jongeren' die haar steunen blijken vaak al beroeps te zijn. In Den Haag is het een oud-student, nu verbonden aan de fractievoorlichting. Hedy weet niets beters dan ons af te schilderen als 'betweterige oude mannetjes'. Altijd beter dan een dom oud of jong vrouwtje.

Ik merk dat kennis en ervaring in het algemeen negatieve argumenten zijn. Als je daarover beschikt ben je immers oud. Veel debatten volgen dit stramien:

- Wat wij nodig hebben is het wiel van partijvernieuwing.

- Zeker en wij hebben zoiets bedacht: een vierhoek die kantelt.

- Anderen: wij weten het beter: een vijfhoek! Die rolt veel beter!

- Tromp: Het wiel is allang geleden uitgevonden en het is rond.

- Koor der partijvernieuwers: 'Daar heb je die ouwe lul weer!'

Dat is het een vreemde: van de kandidaten heb ik veruit de meeste bestuurlijke ervaring binnen de PvdA, onder andere als afdelingsvoorzitter, partijbestuurslid, lid van (re)organsiatiecommissies en nog veel meer, maar ik word alleen maar gezien als iemand die kritische artikelen heeft geschreven. Op het voorcongres in Amersfoort verlies ik die reputatie.'Als het erom gaat wie de geestigste is en de meeste kennis van zaken heeft, is er geen twijfel mogelijk', concludeert Philip van Praag na afloop. Buiten de partij heerst vooral verbazing dat ik mijn positie als politiek analyticus en commentator op wil geven voor deze hondebaan.

15 maart. Eerst college in Leiden, dan in Amsterdam. Door naar de vernissage van het tweede boek van landgenoot Nilgün Yerli. (Toen ik haar hoorde vertellen dat ze in Heerenveen was opgegroeid, introduceerde ik mij als collega-Fries. Sindsdien zijn wij vrienden) Frits Barend voerde het woord, memoreerde ook mijn aanwezigheid bij deze en bij de vorige boekpresentatie van Nilgün, waar ik hem Maarten Mourik had gesuggereerd als iemand die wat van belang over de kwestie Zorreguieta zou kunnen zeggen. 'Zo is het begonnen.' Ha!

Later op de avond bij Barend en Van Dorp. Andere gasten Kim van Kooten en regisseur Lodewijk Crijns. Mannen worden door de make-up snel geplamuurd, over Kim doet die langer. We zien nog een stukje van Zembla, een soort dubbelportret van Dijksma en mij. Na een uur komt Van Kooten jr (zo zie je dat op mijn leeftijd) terug, getransformeerd tot glamour lady.

Ik ontwijk de vragen over mijn mogelijk terugtrekken. 'It's not over before the fat lady sings'. Als ik betoog dat leeftijd of geslacht geen interessante politieke criteria zijn, valt Jan Mulder mij in de rede met de mededeling dat ik zestig jaar jonger ben dan Sharon Dijksma.

Na afloop gaan we naar een ander gebouw op het industrieterrein waar RTL4 gevestigd is. In de café-achtige ruimte staan Dig en Edith op ons te wachten. 'Bart, je gaat toch niet die saaie Koole steunen? Jij en Sharon.....' Het water staat ze kennelijk over de lippen.

16 maart. De dag begint met een promotie in Amsterdam. Jos van Kemenade zit ook in de commissie en suggereert dat ik in mijn hoogleraar-toga het partijcongres bij moet wonen. In het Rotterdamse WTC heerst onmiskenbaar een ouderwetse PvdA-congressfeer, een sfeer waaraan het jarenlang heeft ontbroken, veroorzaakt door de verwachting dat er van alles kan gebeuren. Ik waad door een meer van journalisten en bevestig desgevraagd dat inderdaad het gerucht gaat dat ik mij op een bepaald moment als kandidaat zal terug trekken.

Eerst echter een ordedebat, waarin partijbestuur en congrespresidium het onderste uit de kan halen om de verkiezing van Bouwe Olij als vicevoorzitter onmogelijk te maken. Mijn eerste PvdA-congres (1969) woonde ik bij als 'jongere'; in al die jaren heb ik nooit zo'n schaamteloze poging gezien om de besluitvorming van bovenaf te manipuleren. De burgemeesters (Ouwerkerk, Welschen) slagen erin met behulp van een uit de hoge hoed getoverde notaris het congres in voldoende mate te intimideren. Het Dijksmakamp legt dit uit als overwinning.

Dan volgt het agendapunt verkiezing van het partijbestuur. Ik krijg het woord en loop naar het juiste spreekgestoelte. In mijn verklaring herhaal ik de thema's op grond waarvan ik de kandidatuur heb aanvaard en verdedigd. Mijn constatering dat ik tijdens campagne heb kunnen vaststellen dat allerwegen met kracht het 'Greenpeace-model' voor de PvdA wordt afgewezen, oogst instemmend applaus. Ik betoog dat ik niet alleen daarmee mijn doel heb bereikt, maar nog meer met het feit dat de andere kandidaten deze doelstellingen ook onderschrijven, trek mij dan terug ten gunste van 'mijn goede vriend Ruud Koole' en roep mijn aanhangers op hem straks te steunen. Dit verhaal lokt tot mijn opluchting een langdurig applaus op, waaraan ik een eind maak met een laatste mededeling: dat ik mij erop verheug op andere wijze mijn bijdrage aan de PvdA te blijven leveren. Applaus en gelach.

Met grote voldoening verneem ik later dat Ruud met grote meerderheid is gekozen. De bonzen en spindoctors hebben verloren. Wie weet wordt het nog wat met de Partij van de Arbeid, maar voorlopig zit mijn taak erop. Overigens sierde niets zozeer Sharon Dijksma als de wijze waarop ze haar nederlaag accepteerde.

Als de volgende dag het nietszeggende ontwerp-beginselprogramma naar de prullenbak wordt verwezen en Ad Melkert de beste speech uit zijn politieke carrière houdt, zijn de politieke doelen die ik voor ogen had op deze termijn grotendeels bereikt. Ik heb Ruud helemaal aan het begin vertelt dat ik op het meest geschikte moment ten gunste van hem terug zou treden. Wij hebben de campagne gevoerd volgens Clausewitz' dictum 'getrennt marschieren, gesammelt schlagen'. Door mijzelf op de voorgrond te stellen, heb ik ruimte voor Ruud en Bouwe geschapen. Die tactiek is geslaagd.

Ik ben van zes weken campagne voeren wel wijzer, maar niet droever geworden.

Bart Tromp

Auteur
Bart Tromp
Verschenen in
Het Parool
Datum verschijning
20-03-2001

« Terug naar het overzicht